23 okt. 2017

Reënweer

Ik ben teksten aan het sorteren en voer net dit Afrikaanse kindergedicht in mijn database in, wanneer het hier gigantisch begint te regenen. Voor de zoveelste dag. Niemand klaagt echter. Want over het algemeen is het land echt veel te droog.

Reënweer (uit de bundel kindergedichten "Vlokkiesdans") 

Hoeveel druppels het jy nodig
om ‘n bad te vul?

Reën dit in alle lande minstens
een maal per jaar?

Hoeveel weeg ‘n druppel?

Groei elke plant deur reën?

Is daar ook druppels wat êrens
halfweg bly hang?

Bestaan daar druppels groter as ‘n kop?

Sal daar vir altyd genoeg reën
op onse wêreld wees?

Wanneer die vrae uitgevra is,
kyk ek op na die lug.

Nog steeds geen strepie blou
waarvan ek so baie hou.


20 okt. 2017

jamming in a township in P.E.

Francois le Roux, jamming with a beautiful township band in P.E. in their St John's church. The electricity was too weak for a full on performance, so Francois ended up playing cello with them. Mostly Xhosa songs. Grateful for out of the box experiences like this. Cause the shape of the box you're in needs to be stretched from time to time.


18 okt. 2017

quote Nadine Gordimer

Nadine Gordimer, Zuid Afrikaanse schrijfster, in een prachtige lezing uit 1975, toen de Apartheid nog volop heerste. 

"What is a writer's freedom? To me it is his right to maintain and publish to the world a deep, intense, private view of the situation in which he finds his society. (...) The private view always has been and always will be a source of fear and anger to proponents of a way of life, such as the white man's in South Africa, that does not bear looking at except in the light of a special self-justificatory doctrine." 

(De bib heeft hier nog zo'n gezellig stempelkaart systeem. Ik ben de zevende persoon die het boek leent sinds 1991)

5 okt. 2017

whispering to not disturb the silence

It is so silent here at the domain where we live that I sometimes catch Francois and me to be whispering in the kitchen with open sliding door. As if we could disturb the silence. The silence that echoes each feeling and every thought mercilessly. Until you cannot do any differently than time and time again admit: “There is no escaping.”

Maybe that is why the street act in the small town made such an impression on me this morning. A big group of people were gathered at the busiest crossroad in town. A magicians shows a worn out cardboard box. It clearly contains nothing. Until he – oh magic! – gets a handful of candy bars and soda juices out of it. Cheering and joy all over. Children are climbing high up in the tree and on the roof of the street shop.
Fifteen minutes of driving and each time again I hit the opposite of the silence at home: sparkling life. Where whites are hardly ever part of. I train myself not to think in terms of black and white, let alone talk. But that is hardly possible, when you never see a white chatting on the benches. When you are each time again an exception, by foot or on your bike. If it does happen and we see that exception, then Francois and I tell each other: “Look there, a white!”

Sometimes doing what I do so naturally in Europe, walking on the streets, cycling from point a to z, lead to the wrong type of heroism here. “Waw, I am breaking through old patterns!” But that it is that easy as walking on the streets or taking your bike, says more about the country than about whatever type of alleged heroism of me. The day on which it becomes extremely hard to break through black and white patterns, because the aim is much higher, will be the day on which colonialism has handed over its footprint to time.
Until that day has come I keep taking the energy on the street in as the strong cup of coffee I don’t drink anymore. Secretly hoping for some sort of revolution in which the street, concerning color, become mixed. I dream it so secretly, that I sound louder than whispering in this deafening silence.

P.s what I see here in Stutterheim doesn’t apply as a law for the whole country.


30 sep. 2017

proeflezers voor mijn eerste roman gezocht

Ik heb een roman geschreven en zoek 10 mensen die het graag willen proeflezen. Ik probeer een lijstje op te stellen in mijn hoofd maar kom er niet en besloot hier oproep te plaatsen. Ook al kennen we elkaar alleen via het internet of optredens, voel je vrij te reageren. Ik zoek een mix van mensen die me goed, minder goed en niet kennen. Reacties liefst  via: jokedebaere33@gmail.com. Dank je!!



27 sep. 2017

fluisteren om de stilte niet te storen en witte raven

Het is hier op het domein waar we wonen zo stil dat ik Francois en mij er soms op betrap dat we fluisterend aan het praten zijn in de keuken met de open schuifdeur. Alsof we de stilte zouden kunnen storen. De stilte die elk gevoel en elke gedachte genadeloos terugkaatst. Tot je keer op keer niets anders kunt dan bekennen: “Er is geen ontkomen aan.” Misschien maakte de straatact in het stadje deze ochtend daarom zoveel indruk op me. Een grote groep mensen verzameld aan het drukste kruispunt van de stad. Een goochelaar toont een versleten rechthoekige kartonnen doos. Er zit duidelijk niets in. Tot hij – oh magic! – er een handvoel snoeprepen en fristdrankjes uithaalt. Gejoel en gejuich alom. Kinderen klimmen hoog in de boom en op het dak van het straat winkeltje. Vijftien minuten rijden en elke keer opnieuw tref ik er het tegendeel van de stilte thuis: bruisend leven. Waar blanken zelden deel van zijn. Ik train mezelf om niet in zwart en blank te denken, laat staan praten. Maar dat is haast onmogelijk, wanneer je op de bankjes nooit een keuvelende blanke ziet. Wanneer je keer op keer een uitzondering bent, te voet of op je fiets. Als het wel gebeurt en we die witte raaf zien, stoten Francois of ik elkaar aan: “Kijk daar, ‘a white’.” 

Soms leidt wat ik Europa zo vanzelfsprekend doe, wandelen op straat, fietsen van punt a naar z, hier tot een fout soort heldendom. “Waw, ik doorbreek oude patronen!” Maar dat het zo gemakkelijk is als over straat lopen of je fiets nemen, zegt meer over het land dan over enig welk vermeend heldendom van mij. De dag waarop het uiterst moeilijk wordt om blank - zwart patronen te doorbreken, omdat de lat veel hoger ligt, dat zal de dag zijn waarop het kolonialisme zijn voetsporen heeft overgegeven aan de tijd.

Tot het zover is blijf ik de energie op straat innemen als het sterke kopje koffie dat ik niet meer drink. Stiekem hopend op een soort van revolutie waarin de straten, wat kleur betreft, gemengd worden. Zo stiekem droom ik het, dat het in deze oorverdovende stilte bij me thuis, luider dan fluisterend klinkt.

p.s. wat ik hier zie in Stutterheim geldt niet als wet voor het hele land. 





6 sep. 2017

Goodwill, de boswachter uit Stutterheim en wat uit onze ontmoeting voortkwam

Voor we vertrokken op tournee, zo’n vier weken geleden, dacht ik “Ik heb een paar nieuwe items nodig. Wat houdt me bezig?” Ik besefte dat het onder andere Goodwill was. De boswachter die ik in Stutterheim, waar ik sinds juni woon, heb leren kennen. Hij vertelt me over de vriezend koude winternachten die hij als boswachter moet doorstaan, zonder vuur om zich aan te warmen. Hij doet mij uit de doeken hoe zijn vriendin hem vaak zegt dat de frigo waar ze werkt op een dag haar dood wordt. Geen spreekwoordelijke frigo zoals de vriezende winternachten waar Goodwill zich aan moet overgeven, maar letterlijk een frigo waar ze het hele jaar lang kippen aan stukken snijdt en verpakt. Hij vertelt me over zijn drie kinderen, die zijn ouders amper kennen omdat een busticketje naar Durban veel te duur is. “Nochtans” zo zegt hij me met zijn hand op het zijn hart “zou het mijn ziel zo gelukkig maken. Want als jij uit dit bos komt na je wandeling, dan kan je vertellen wat je gezien, wat je geroken hebt. Wanneer mijn kinderen hun grootouders nooit zien, hebben ze later niets om te beschrijven.”

Goodwill vertelt me niets van dit alles smekend om  medelijden noch geld. Hij vertelt het me op dezelfde praatgrage toon waarop hij ook zijn bewondering voor de Zuid Afrikaanse aartsbisschop Desmond Tutu uit. Goodwill woonde een lezing van hem bij. Wat hem vooral raakte, was het moment waarop Desmond Tutu zijn grote bewondering uitsprak voor alle mensen, rijk, arm, maakt niet uit, die besloten in Zuid Afrika te blijven, hier te werken aan een betere toekomst in plaats van naar het buitenland te vluchten. “Weet je.” zo zegt Goodwill me op een dag, wanneer we spreken over de corrupte president Zuma, die net zijn achtste motie van wantrouwen in het parlement overleefd heeft. “Ik heb dan wel niet gestudeerd, maar dat betekent niet dat ik niet na kan denken.” Ja. Goodwill beschermt het bos tegen hongerige stropers, die ’s nachts vuurtjes stoken om zichzelf te warmen in het woud terwijl ze op beschermde dieren jagen. Neen. Geen neushoorns hier, maar bokjes: eten voor hun hongerige magen. De vuurtjes zijn echter het grootste probleem. De gronden in Zuid Afrika zijn veel te droog en veel te vatbaar voor apocalyptisch achtige bosbranden. Goodwill is 1 van de 4 boswachters die dag en nacht de rand van het bos patrouilleert. Zonder ooit zelf met eigen ogen gezien te hebben “of het echt waar is dat er drie watervallen zijn?” Hij heeft mijn ogen nodig, wanneer ik uit het bos kom.

Ik giet een fractie van dit alles, gemengd met mijn gevoel voor de natuur daar, de bergen, de watervallen, in een korte, heel eenvoudige Engelse tekst. Ik voeg het bij de hoop ‘nieuwe items’, maar twijfel hardop: “Is het niet te eenvoudig? Ik bedoel. Het heeft zelfs geen enkele metafoor, geen enkele speciale zin. Ik zeg gewoon maar wat.” Maar wanneer Francois op de proppen komt met een muziekbegeleiding die ik prachtig vind, besluit ik het een kans te geven. De reactie van het publiek doet me vervolgens mijn eigen twijfels bevragen. Ik geef niet altijd toe aan waar ze het meest geraakt door zijn, maar deze keer wel. Enfin. Zo groeit het “Goodwill” item beetje bij beetje uit tot een vast gegeven.

Tot een vrouw na een optreden vorige week in de Kaap vraagt of Francois en ik twee teksten met muziek willen komen doen, als bedanking voor een bedrijf dat heel goed werk voor haar geleverd heeft. Ze vraagt onder andere naar de Goodwill tekst. Francois en ik komen aan in een gladgeboend gebouw. Ultra modern. Je kan er van de meubels en de vloeren eten. Zo’n dertig mensen proppen zichzelf in het kleine kantoor. Sjieke kantoorkleren. Blinkend opgepoetse schoenen. Ik ben zoals altijd blij wanneer ik zie dat het een gemengd publiek is: blank, zwart en coloured. Onderscheidingen waar je in dit land zoals zo vaak amper omheen kunt. Goodwill valt trouwens onder de ‘zwarte’ bevolkingsgroep. Eigenlijk onnodig te vermelden, want het soort onderbetaalde, vriezend koude jobs die hij en zijn vriendin uitoefenen, wordt uiterst zelden door een blanke persoon opgenomen.

Francois en ik doen ons ding. Lekker, om eens niet zo hard te werken en met amper twee items een krachtige indruk na te laten, terwijl de werknemers verwend worden met Ferrero Rocher en champagne. Cava is hier niet te vinden. Of je gaat voor wijn, of voor champagne. Achteraf zegt Francois me dat er een man naar hem toekwam die ticketjes voor Goodwill en zijn kinderen wil kopen, de ticketjes richting zijn grootouders. “Misschien zelfs vliegtuigticketjes.” zo klinkt het. Ik moet even checken of ik het wel goed gehoord heb. “Iemand wil dat aan Goodwill geven, zomaar?” “Ja.” zegt Francois, terwijl ik op en neer wil springen van vreugde “Hoera! De wereld is goed! Alles komt goed!” maar terzelfdertijd ook even wil gaan zitten om dit tot mij door te laten dringen. Opnieuw zo’n ‘random act of goodness’. Een van de vele. Noch Goodwill noch ik hebben om geld gevraagd, laat staan gesmeekt. Hij vertelde me wat hem bezighield, ik gaf het door, omdat wat hem bezighield mij bezighoudt. De anonieme donor blijkt de CEO van het bedrijf te zijn. Ik kan het, op een meer persoonlijke noot, niet laten mezelf af te vragen wat voor mooi brok leven ik had gemist indien ik een paar weken geleden tot de conclusie was gekomen dat mijn tekst “toch maar veel te letterlijk, veel te simpel” was voor het podium. Ik schrijf niet zo gemakkelijk (en niet zo graag) over staande ovaties, fantastische podia, lovende recensies of het gebrek daaraan. Maar dit, dacht ik, was een facebook post waard.


“De wereld is goed!” We gaan twee stappen vooruit. “Oh help. Zoveel onrecht en slechte daden.” Eentje achteruit. “De wereld is goed!” Twee stappen vooruit. Zo gaan we verder, altijd weer verder. 

22 jul. 2017

kom uit die maanskyn



De jakhals huilt ‘s nachts. Honden blaffen wanneer een groepje apen op ons dak belandt. In de stad liggen verkopers tussen hun koopwaar op het voetpad. Een jongetje speelt met zelfgemaakte modder langs de weg, vrouwen dragen takken op hun hoofd. De was droogt op anderhalf uur in de zon, ook in de winter. Op de voorpagina van de lokale krant staat dat ze deze ochtend op een uur rijden hiervandaan twee bewakers van een geldtransport neergeschoten hebben. Miljoenen rand buit. Goodwill, de boswachter, kruist me op mijn fiets. Hij geeft me een high five. Vijf kleine meisjes slaan met een paar takken op een grote plastic ton. Ze zingen Xhosa liederen en dansen hun rituelen. Elk bankje in de stad zit vol mensen die de tijd gewoon tijd laten zijn. Een zwerver staart naar de ingang van de supermarkt. Af en toe vraagt hij iets. De bananen zijn bijna pikzwart. De bibliothecaresse zet een stempeltje op de kaart die voorin het boek zit dat ik wil lenen. De data gaan terug tot 1981. De electriciteit valt af en toe uit. Kortom. Afrika in al zijn kleuren.

Maar als ik thuis kom, legt Francois deze plaat uit zijn jeugd op, toen de Apartheid nog volop heerste. Ik word terug geslingerd naar de dagen bij mijn mémé. Radio 2. Gunther Neefs. “Ach Margrietje de rozen zullen bloe-oei-ien, ook al zie je mij-ij niet meer.” Al heet het hier “kom uit in die maanskyn”, op precies diezelfde melig-nostaligische melodie.

Nooit gedacht dat ik honderdenduizenden kilometers van huis, zoveel thuis zou vinden. "Sieldondersdodend". Dat Afrikaanse woord leerde ik gisteren. Het tegendeel blijkt deze ochtend ook maar eens waar. 



13 jul. 2017

Abraham Cetywayo, South African blind musician

I was moved by this blind South African performer, Abraham Cetywayo. He gave his whole heart, and more, so it seemed, at a vibrant market not  far away from the official stages at the Grahamstown national arts festival.





writing in Stutterheim (South Africa)

my new favourite writing spot, in the local library of Stutterheim, Eastern Cape (SA)

going there by bike, through the countryside, is a pure joy to  me

8 jul. 2017

Alwodjan.


“Don’t ever talk about me again. Never call me again. Pretend I don’t exist anymore.”
He would marry an Arab girl and disappear into his culture. What we had had, the nights, the short turns, Allah would forgive. So I have remained silent about him. Everywhere where someone could suspect who I was talking about.
I met him in his snack bar. Something in his eyes, body, you know. And the copper bracelet he wore. One of those with an opening through which you can wrench your wrist. On the airport of Johannesburg they sell them with quotes of Nelson Mandela on them. But also without those quotes, men who wear them always look like world travelers. The type that likes to think about everything. The earth from top and then down again, then left and right and above all wanting to carry the world on their shoulders, no matter how much everyone dissuade you from doing so.
He wrote poems in an old notebook. With a blue ballpoint. About the revolution. He avoided love. The book lay in the drawer under the big jars of mayonnaise. The type of huge plastic things that look like cow’s udders with nipples through which the sauce pours.
He always looked around when I opened the door for him. I always had to laugh at this, but knew it was a serious thing for him.
“No one can know I am here.”
“But what about Allah?” so I asked. “He sees everything, right?”
He had challenged me to “fight with him”. I remember it so well. In his tight white t-shirt with his trained upper arms he was standing in front of me. He knocked on his body.
“Fight with me. I know you think things about me and my religion. Fight! I am here.”
One day I asked him why he allowed himself to go to bed with me, knowing his religion didn’t allow him to do so. Our meetings were some sort of state secret, on a micro level.
“Only Allah is perfect” he said “We humans fail.”
“So me and you here, that is a failure?”
“Yes”
He was being so serious that I could hardly blame him.
“Allah will forgive me when I die. He turns a blind eye for these type of things. Because we are not as perfect as him, you understand? All I have to do is do penance.”
I told him I thought this was two-faced. He did not found that a problem, either.
Every now and then he tried to convince me to “wear a head scarf. You’ll look even more beautiful in it.”
But I was not swayed. Obviously. I felt good, not knowing. I have learned to love that insecurity, that black gaping whole of not knowing what is going to happen when we die. He didn’t understand this, at all.
I always had the feeling he was some sort of punching bag. I could tell him anything.
I knew he would disappear from my life one day. Before that would happen, he asked me whether I wanted to have a marriage of convenience with him. Then he wouldn’t have to proceed his six year long cat and mouse game with the police and immigration services anymore. I have considered this. The thought of being able to really help someone. Not just proclaiming empty ideas about integration, appealed to me. His brother had succeeded in getting a passport in Spain, but for some reason he himself didn’t get one.
But then I didn’t do it. I would have had to pretend as if he was really living in my flat. Study the most important details of his young life. I am not good at lying.
“No, rather not.”
He understood. It was a warm summer evening. He sat outside in the garden, smoking a cigarette. His nephew, who ran the snack bar when he was with me, would text him when there were customers. It stayed unusually silent that evening. Longer than ever. He asked me whether I had ever known a love that came over me like big wave.
“A big wave of which you know that you will only experience it once in your life, so intense.”
I told him yes. But doubted this. As I doubted so many things at that stage. It was good like this, I thought. The two of us outside with those intense things between us. He thought about my answer. Told him that people often forget this. To think first. He was not afraid of silence. Me neither.
“I understand.” He said a little while later. “But still I wanted to ask you this. I apologize if I gave you the feeling I abused our friendship.”
Then he told me, that he would look for an Arab girl that had a passport. It wouldn’t really matter whether she was another big wave, or how big her wave was, how she would lay herself over him. He would not choose for love again. He would be faithful to her for the rest of his life. Ignore me. Forget forever or pretend to do so. Disappear into the night, his cigarette, his jars of mayonnaise and what else you have.
First the snack bar disappeared. Then his sms’es.
I tried it three times. Three times, spread over five years, I sent him a happy new year. First with an x at the end because friends do that these days without it means that you really want to kiss the other one. Yet it had made his finance feel jealous. So after that without x’es. Just with a point in the end. But he disappeared, forever. For ever an unfinished story in me that I can and may only tell when I am sure that no one will ever know about who exactly I am talking about.
First it was all with him, in the little that was possible. Then nothing. Nothing is so little.
“That’s life” he told me when we saw each other for the last time. He gave me a kiss on my forehead and told me it had been good to fight with me. “Don’t ever forget to do that. It gives you muscles.”
Of all the Arab words he taught me, I can only remember one. Alwodjan. I have googled it. It is the phonetic transcription because I can’t write in Arab. Google doesn’t give me any links. It is one of these words you cannot translate. It means: when the heart and mind are in balance. Sometimes, a good fight is indeed needed to obtain or be ‘alwodjan’.
Now I imagine a little boy, to whom he also says, while he is throwing kites in the air and kicks off balls. “Don’t ever forget this, son. It gives you muscles.”

1 jul. 2017

oproep: Engelstalige boeken in de bilbiotheek van Stutterheim gezocht












Stutterheim, waar we sinds kort een woning op het Zuid Afrikaanse platteland huren, is een klein stadje met veel bruisend leven op straat. Het heeft 1 verkeerslicht, 1 coffeeshop, 2 supermarkten. Toen ik deze week de voordeur opende van de lokale bibliotheek, had ik dan ook een kleine, donkere plaats verwacht met een tiental boekenrekken. Niets is minder waar. De bib is onverwacht groot, in het midden staan vijf grote tafels met plastic stoelen er rond. Bezoekers worden gevraagd naam, handtekening en reden van bezoek op een lijst te zetten. Die dag, rond twee uur ‘s middags, waren er al een dertigtal mensen geweest. Reden? “Reading”. 

Maar de volwassen fictie collectie maakt mij zo droevig. Alleen maar vergeelde Amerikaanse commerciële romans, zover het oog kan zien. Je weet wel: Danielle Steel, John Grisham enzo. In Zuid Afrikaanse boekwinkels zie je soortgelijke Amerikaanse dominantie, maar in een bib oogt het nog zo veel verdrietiger. Subsidies voor de aankoop van nieuwe boeken lijkt trouwens stil gestaan te hebben sinds eind de jaren tachtig / begin jaren negentig. Dat meen ik toch te kunnen zien aan de foto’s in de talrijke breiboeken. Veel boeken zijn zo vergeeld, zo oud dat De Slegthe ze niet eens zou willen aanvaarden. 

Ze aanvaarden er donaties. Mijn vraag is dan ook eenvoudig. Heb je Engelstalige boeken die op het punt staan te verdwijnen in tweedehandsewinkels of rommelmarktjes, sta je op het punt ze weg te gooien, weet dan dat ik ze in december met veel liefde kan geven aan deze Stutterheim -bibliotheek, waar ik vanaf volgende week trotse lid van ben. Niet alleen de tijd lijkt er stil getsaan te hebben, maar ook het perspectief op literatuur lijkt helmaal vast gevroren in slechts 1 kijkrichting.. De dominantie van Amerikaanse commerciële s*** maakt mij kwaad. Natuurlijk hebben die boeken hun eigen waarde, maar er is zo veel  meer te ontdekken, Afrikaanse auteurs om te beginnen. 

Ik weet zeker dat elk boek met veel liefde ontvangen zal worden.
Dank je,
Joke.