30 sep. 2018

Mira.

Mira doet ziet kijkt.

Ze ontdekt etiketjes van haar kleren, hoekjes van een doosje,
het kraken van plastiek.

Ze beseft dat huilen meestal werkt: wij komen.

Ze geeft over alsof het niets is. Gewoon wat melk.
Soms slikt ze het opnieuw in.

Kaka doet ze zonder drukken.
De zon is meestal nog te fel voor haar jonge ogen.

Konijnen en kinderen die springen doen haar schaterlachen.
De cello klanken van haar papa doen haar zwijgen.

Vaak luistert ze met heel haar lichaam.
Ze strekt haar voetjes wanneer de pamper rond haar lijfje gaat.
Haar ogen gaan nog weider open wanneer ze voor het eerst banaan proeft.

Ze geeft kusjes. Een soort van natte likjes in mijn nek.
Laat luide scheten zonder schaamte.
Na haar gefrustreerd huilen in het auto zitje op de achterbank
is er geen herinnering die zich daar aan vasthoudt.

Ze trekt aan gras. Eet aarde.
Zo gaan haar dagen verder in voortdurend spelen.

Ze proeft haar tenen. Ruikt aan mijn trui.
Uren gaan voorbij met zomaar naar haar kijken.
Ze laat het toe.

Ze wendt haar ogen van mij af wanneer ze moe is.
Laat al het vocht dat uit haar neus komt zomaar druppen.

Ze ontdekt de ‘nana baba’ klanken. Herhaalt het uren.
Soms lacht en huilt ze in één adem.
Ze krult haar neus wanneer ze blij is.
Krabt graag op dingen.

In de draagzak wordt ze rustig.
Ook onder bomen wordt haar lichaam zwaar, ontspannen.

Wanneer ze huilt, klinkt heel het huis naar noodzaak.

Wanneer ik naar haar kijk, denk ik niet veel.
Meestal gewoon: ‘Wat mooi.’

Dat herhaalt zichzelf dan in mijn hoofd.
‘Wat is ze mooi. Wat doet ze mooi. Wat kijkt ze mooi.
Wat klinkt ze mooi.’
Tot heel erg grootse dingen kom ik niet in al dat kijken,
in al dat zomaar naast haar zijn.
Maar misschien net daarom vult het mij zo helemaal,
zo zonder schaamte.

Mijn hier bij haar zijn.
Mijn mij zijn.

Ze is meer 'nu' dan mij.
Ze is zo vol van hier.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten