14 jun. 2018

over het ritueel met de geiten dat uitgesteld moet worden, Goodwills huisje dat de winden niet doorstaat en angst voor vluchtelingen.


Goodwill. Elke keer ik hem ontmoet, ben ik blij omdat ik dan denk: "Juij. Straks weer een  mooi verhaal om neer te schrijven." Een bijzonder vreemd en dubbel gevoel. Want de extreme armoede waar hij in leeft en die hij zo open met mij deelt, is naast zijn integriteit een groot deel van wat mij inspireert. 

Meer over hem, zijn geit en huisje in onderstaande tekst. 

Nadat wij Goodwill, een bevriende boswachter, een dienst bewezen hadden, nodigde hij ons uit om in zijn geboortestad Durban een traditioneel Zulu ritueel bij te wonen. Zo’n uitnodiging krijg je hier als blanke niet elke dag dus ja, natuurlijk, graag.

Vandaag bleek echter dat de ceremonie een maand uitgesteld moet worden. Eén van de twee geiten die geslacht zal worden is gebeten door een slang. Goodwill heeft nu het geld niet om een nieuwe geit te kopen. Nochtans werkt hij hard. Ontzettend hard. Ik schreef er eerder al wat over: hij bewaakt een stuk commercieel bos op het eind van onze straat. Dag en nachtshiften. In de winter daalt de temperatuur soms tot rond het vriespunt. Een vuurtje maken mag hij niet. Veiligheidsredenen. Dus zit er niets anders op dan te ijsberen rond het houten bankje met zinkplaten dak op het kruispunt met het mooie zicht.

Goodwill werkt voor een minimumloon dat hem net uit de diepste armoede haalt. Maar zijn huis is een shack. Zinkplaten dak, extreem dunne muren. De wind waait hier deze  maand zo hard dat het zijn huis volledig verwoest heeft. Het weggewaaide zinkplaten dak beschadigde het huis van zijn buur. “Maar” zo zei Goodwill “het enige wat ik kon gaan doen, is mij verontschuldigen.” Hij spaart geld bijeen om volgende maand zijn rijexamen met de vrachtwagen te doen. Tweehonderd euro voor het huren van de vrachtwagen alleen al. Astronomische prijzen voor iemand met zijn financiële status. Maar hij wil het doen. Om van dat verdomde bankje weg te komen. “This job is killing me.” zegt hij.

Ook zijn vriendin zegt dat haar beroep haar ooit de nek om zal doen. Ze verpakt stukken kip in het vleesverwerkingsbedrijf aan de rand van het stadje. Het hele jaar door staat ze daar letterlijk in een frigo haar ding te doen. Nu is ze thuis. Ziekteverlof. Een scan in het staatshospitaal kon de oorzaak van haar rugpijn niet achterhalen. “Ze huilt van de pijn.” aldus Goodwill “dus dachten we, aangezien ze niets vinden in het ziekenhuis, dat er misschien. Je weet wel.” Hij lijkt plots ongewoon verlegen. “Dat er misschien iets in haar. Je weet wel.” Volgens mij doelt hij op een vreemde wraak van de voorvaderen of ‘witchcraft’ maar ik ben het niet zeker. “Dus proberen we het nu maar op de Afrika – manier.” “En die is?” “We zijn naar de katholieke kerk geweest. Ze moet het een week besprenkelen met gewijd water. Voor sommige mensen helpt het, voor anderen niet.”

Verbazingwekkend ironisch, hoe christelijk bijgeloof intussen ook al zo diep in deze Afrika cultuur geworteld is. Het doet me denken aan Nyebho, die me vertelde dat ze de Bijbel in zijn Xhosa cultuur ‘het boek  met de rode mond’ noemen. Omdat de zijkant van de filterdunne blaadjes rood geverfd was toen de eerste blanken hier met hun bekeringsdrang aankwamen. Aan de zijkant leek het alsof er allemaal uitgesneden tanden in de blaadjes stonden. Zoals de ouderwetse bijbels die ik als kind kende.  “Het boek beet ook.” vertrouwde Nyebho mij toe. “Het heeft in onze cultuur gebeten en blafte ons toe.”

Na het kopen van een nieuwe geit, het huren van de gegeerde vrachtwagen, zal Goodwill sparen voor het bouwen van een eigen huisje. “In Durban.” zegt hij. De grote stad zo’n acht uur hier vandaan. “Dat is mijn thuis.” Maar een nog belangrijkere reden is dat hij zijn moeder er een waardig leven wil geven. Ze is ziek. Toen de ambulance haar een paar maand geleden op moest komen pikken, raakten ze niet eens tot bij haar shack. Een berijdbare weg is er eenvoudigweg niet. Dat vindt Goodwill mensonwaardig. Hij heeft nog niet aan zijn moeder durven vertellen dat de wind zijn huis verwoest heeft. “Ze is zo ziek. Ik weet niet hoe ze het nieuws op zal nemen.”

Ik denk over dit alles na terwijl onze baby slaapt in een huisje dat de wind dag na dag doorstaat. Ik zal vannacht alles behalve op een ijskoud bankje moeten gaan zitten of in een levensgrote frigo verdome kippenbillen moet gaan fileren. Ik denk aan het groeiend aantal mensen dat al hun frustraties botvieren op de nieuwe zondebokken in onze maatschappij: vluchtelingen. Stijgende kinderarmoede. Stijgend geweld. Dalende pensioenen. Vuile straten. Het wordt hen allemaal toegedicht. Maar hoe eerlijk is het om het feit dat wij geboren zijn in zoveel materiële welstand als een eigen verdienste te zien? Het heeft geen zin er ons verlammend schuldig over te voelen. Maar waar de arrogantie vandaan komt te denken dat het een absolute unieke en volledig onafhankelijke verdienste is om elke avond eten op tafel te hebben, dat dit los staat van de geschiedenis waarin we toevallig zijn geboren, is mij niet duidelijk. Mijn rij instructeur wil elke rijles weten of de zon vaak schijnt in mijn land. Maar meer nog: hoe gemakkelijk het er is een job te vinden en hoeveel hij er dan zou verdienen. Ik begrijp het wel dat maatschappelijke veranderingen angst teweeg brengen. Het vreemde is eeuwenlang al de zondebok. Maar in de weegschaal der dingen begrijp ik het verlangen van  mensen als Goodwill om in betere omstandigheden te kunnen leven, veel beter.

Of het een oud en afgezaagd verhaal is, het steeds maar te hebben over onze maatschappelijke positie? Dat vraag ik me soms af. Maar een paar dagen geleden moesten we voor de derde keer naar de burgerlijke dienst in King Williams Town. Bij het invoeren van mijn gegevens crashte het systeem steeds. We hebben een reispaspoort voor ons dochtertje nodig en dat kan niet lang meer op zich wachten. Deze keer konden we achter de schermen de manager spreken. Hij herinnerde zich ons probleem en  zou ons voorrang geven aan de foto automaat, waar zo’n veertig mensen aan het wachten waren. “Ik zal hen eerst toespreken.” zei hij “De gemoederen bedaren. Want anders denken ze dat jullie voorrang krijgen omdat jullie blank zijn.” Ik zou er zelf niet aan gedacht hebben dit te doen. Gewoon omdat ik het vaak vergeet of wil vergeten dat ik een andere huidskleur heb. Maar omringd door bijna dagelijkse voorvallen als dit, omringd door levensverhalen als die van Goodwill, is het verdomd moeilijk dat ‘afgezaagd verhaal’ over onze Westerse positie zomaar achter te laten. Bovendien schuilt er ook een soms verwarrend vreemde vreugde in het bevriend zijn met mensen in armoede, zoals Goodwill, in het luxueus voelen hoe dat mijn perspectief verruimt. Meer conclusies kan ik daar op dit moment niet aan geven.

  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten