27 apr. 2018

voor Mira, mijn dochter



Ze kijkt me aan. Nog zonder mij te zien.
Ik ben een geur voor haar. Een vlek.
Een hartslag die ze nu vanaf de andere kant van mijn huid hoort.

Ik ben een moeder. De hare.
Zonder dat zij al weet wat dat betekent.

Het voelt goed zo betekenisloos te zijn.
Betekenisloos is geen goed woord.
Zo vaag, zo vlekkerig.
Na al die Westerse moderne jaren van het zoeken naar mijn identiteit.

Toch is ze afhankelijk van mijn borsten voor haar overleven.
Al zal ze zich niets herinneren van deze weken.

Misschien zal ze zich er later vragen over stellen in haar eigen zoektocht
en dan - toevallig - op dit tekstje van haar moeder botsen,
Misschien ligt het ergens in een oud word document,                                                                   
als een vergeelde foto, op haar te wachten.

Of ik op dat moment nog leef,
en welke namen zij intussen voor mij heeft verzonnen,
lieve namen die ze schaamteloos hardop deelt,
vervloekte namen die ze alleen in zichzelf durft te denken,
is de vraag waarop noch ik, op dit terras, noch zij, in mijn draagtas,
vandaag het antwoord weet.

Ze is het brandpunt van mijn nieuwsgierigheid.
Centrum van mijn zwaartekracht.

Vier kilo warmte in mijn armen.

Ik noem haar Mira Miracoli.
Of Mira Monstertje. Wanneer ze ’s nachts de grenzen van mijn vermoeidheid tart.
Liefie kan ook, op zijn Afrikaans.
Of gewoon,


Mira.  


Geen opmerkingen:

Een reactie posten